

|
|
De geschiedenis van een BLAD
Toen ik in 1965 naar de vierde klas HBS van het Niels Stensen College op
het Kanaleneiland ging, bestond die school pas kort. Het was een dochter
van het Bonifatiuscollege in Utrecht, in de zomer moest ik daarheen voor
het boekenfonds. De 200 leerlingen waren verdeeld over twee houten
gebouwen: een op de Peltlaan (vlak achter een inmiddels afgebroken
kerk), het andere op de Fernandezlaan. De sfeer was goed, de klassen
waren klein, de leraren jong. Het eerste nummer van de schoolkrant Zenit
is gedateerd op maart 1967, maar in december 1966 verscheen een
officieus voorlopertje: BLAD, geproduceerd door een groepje uit (mijn)
klas 5b. Het idee kwam van mijn vriend Michiel, de uitwerking van mij. Die herfst
was mijn eerste gedichtje gepubliceerd in het 'nationaal literair
jeugdblad ION' en ik verkocht daarvan exemplaren op school voor 75 cent.
Er werd een zaterdagmiddag gestencild bij Erik B. Na het weekend vloog
de oplage weg, 24 pagina's A5 voor een kwartje. Verhalen over een
avondje uit, een beatconcert, een gesprek met Sinterklaas, artikelen
over binair rekenen, het Chinese gevaar en het onderwijs van overmorgen.
C. Egas, staatssecretaris van CRM werd geciteerd: 'de jongeren op school
en de universiteit, als ook in de politieke partijen, worden niet als
mondig erkend. Provocatie is voor de jeugd welhaast het enige effectieve
middel om aandacht en erkenning te krijgen.' De tijdgeest is te vinden
in stukjes over het jaar 2000, overbevolking, een fonetischer
letterschrift en een oproep voor een speakerscorner. Een kwart van de
inhoud was van mij afkomstig. Een variant op het Onze Vader ging over
'onze directeur, die altijd bezig is, zijn naam houden wij hoog, zijn
wijsheid overstroomt ons'. Het was een dikke bleke kalende man, een jaar
of veertig, kinderloos, verlegen in de omgang met pubers.
In dat nummer betoogde ik 'men wil het volk dom houden'. De redenatie is
zo warrig dat ik me nu nog schaam. Toch werd de tekst op het Bonifatius
bij godsdienst gebruikt. Een citaat: 'Het grote probleem voor de Kristen
is, dat waardoor hij te weinig Kristelijk kan zijn de macht van de massa
is, zoals die zich manifesteert in de vorm van de heilige kerk, de
democratie en het onderwijs. Al deze instituten geven voortdurend blijk
van, en zijn een teken van domheid.'
In maart 1967 verscheen, een week voor het officiele schoolblad, BLAD 2.
Stencillen, vouwen en nieten met Jan, Reiné en Eugène in de kantoorruimte
van de familie F. - die daar later veel spijt van kreeg. Op de voorkant
een bloot getekend vrouwtje uit De Lach, met prijzen (van 5, 15 en 100
gulden) op mond, borsten en kruis. Op pagina 2 zie je haar achterkant en
schrijft de redactie: 'Laat haar maar lopen, BLAD is goedkoper. Uw
BLADderaars hebben zich weer eens uitgesloofd om een nummertje weg te
verkopen.' Voor 12 pagina's werd slechts f 0,10 gevraagd. We hadden
indertijd BLAD 1 aan de rector aangeboden, nu leek het ons dat hij er
zelf om moest vragen. Dat deed hij niet.
De goede man kreeg boze telefoontjes en begreep pas laat dat de klachten
niet over het eerste maar het tweede nummer gingen. Een voor een werden
de makers ontboden. De rector vond het vuiligheid, pornografie. Toen ik
in de aardrijkskundeles terugkeerde maakte de leraar (een Roomse hopman)
me uit voor geestelijk exhibitionist. De klas keerde zich tegen hem. We
hadden toch niets misdaan. Probleem was waarschijnlijk mijn te eerlijke
verslag van een teach-in bij de katholieke dansschool Cor Zeegers. Een
forum met Wim Voeten, Richard Schoonhoven en Miep Diekman had het over
vrijend en strak dansen. 'Ook vroeger in de tijden van de wals gingen
dansers opgewonden naar elkaars bed. (..) Zeegers wilde een richtlijn
hebben. Hij was in kelders geweest waar na afloop het zaad van de vloer
geschrobd moest worden.'
In juni 1968 na het eindexamen kwam op mijn voorstel BLAD 3, inmiddels
in de derde jaargang, oplage 150. Dit afscheids-nummer kreeg 28 pagina's
(ik vulde er 10). We maakten het in het parochiehuis waar onze moderator
woonde. Reiné tikte de stencils en zette een koe op de voorplaat boven
een vette vlaai. Jos Collignon (nu Volkskrant) tekende een cartoon van
een bloot mannetje dat op de aardrijkskundeleraar leek. In de balloon
parafraseer ik de uitspraken van deze docent uit een interview in de
schoolkrant: 'hihi een stelletje praatjesmakers blad haha gewoon alles
serieuze mensen hihi prima artikelen leuk hihi vaak te ver haha'.
Het redactioneel luidde: 'Gij beste lezer, lezeres, die in uw oneindige
goedheid aandacht schenkt aan dit schrijven, bent voortdurend in onze
gedachten. Als uw bevende en verstijfde handen dit blad niet meer zullen
kunnen vasthouden, als uw verduisterde en gebroken ogen deze letters
niet meer zien, als uw sidderende en koude lippen voor de laatste maal
ons noemen zullen (...) wees er dan van overtuigd: blad, blad heeft
geholpen, ook op moeilijke dagen. Blad wordt gelezen in alle milieus,
ook in de hoogste kringen, door zieken en gezonden, scholieren en
studenten, door poezen uit de buurt en honden van de straat en door de
kleine vogeltjes die hoog in bomen zingen.' Gebaseerd op teksten uit een
missaal en reclame.
Er stonden artikelen over de intellectuele revolutie en de hobbits in,
veel verhalen ook van jongens uit andere klassen. Wim (hij stak het mes
vast tussen twee ribben en ging op geknield zitten, vouwde zijn
handen tot een vleselijke kelk en vulde die met het warme bloed)
publiceerde dat jaar in tien-voor-tieners. Eugène beschreef en tekende
fallusachtige planten, goor wit van kleur, die in de fundamenten van
scholen groeiden. Ze maakten met hun turgorbeweging veel rumoer en
bereikten in hun bronst lengtes van 30-45 cm. Arnold vulde een bladzijde
met een droom die ik nog niet begrijp: een klas, een naakt (niet
prikkelend) meisje dat door een man belaagd wordt, schreeuwen, schoppen.
A durft niet in te grijpen, kan niet, het heeft geen zin. Dan komt er
iemand die hem vraagt 'wat heb je nodig?' en meeneemt naar een bank,
zodat hij met de rug naar het meisje kan zitten. De man zegt 'Dit is nu
animalie' en A bladert in een woordenboek, maar na de eerste pagina
staan geen woorden meer die met een a beginnen. Hij leest woorden als
morgen, mors...
Bij vier tekeningen uit een undergroundstrip maakte ik nieuwe teksten:
Een laatste schreeuw om medelijden stijgt op ten hemel. 'De wereld is leeg.
Rood was de hemel. Een vernietigend vuur' zegt een Tarzan-achtige
jongeman. 'Nog hoor ik het gillen, nog zien mijn ogen de lijken. Ik
herinner me woorden liefde, schoon-heid. Angst overvalt me' antwoordt
een vrouw. De man: 'De aarde draait door alsof er niets is gebeurd. Hoor
je de stilte'.
Op de achterkant van BLAD 3 staat als laatste dit versje:
afscheid nemen
keurig dagdag zeggen
en met je rechterhand
een handdruk geven
Olaf Korder
|